Duikschool van Duncan van Vliet. Webshop van Duncan van Vliet.
Insekten - Gewone waterjuffer / Coenagrion puella (Linnaeus, 1758)
 
Foto
Algemeen
De azuurwaterjuffer is een kleine, slanke libel. Hij heeft glasachtige, doorschijnende vleugels. Ze zijn niet in staat om grote afstanden af te leggen en daarom blijven ze meestal ook vaak in de buurt van het water. Van begin mei tot begin september vliegen ze rond. In de maand juni zie je ze het meest. De larven zijn lang en slank.

Afmetingen
Deze libel is ongeveer 3,5 centimeter lang. De spanwijdte is ongeveer 5 centimeter. Larven zijn ongeveer 30 mm lang. Later worden ze nog groter.

Kleur
Het mannetje is felblauw en heeft op het tweede segment van zijn achterlijf een U-vormige zwarte vlek. De vrouwtjes hebben echter een andere kleur. Deze zijn meestal groenachtig en de bovenkant van het achterlijfje is bijna geheel zwart. Het komt maar zelden voor dat de vrouwtjes ook blauw zijn. Larven van de azuurwaterjuffer zijn meestal bleek-gelig of bruin. Ze hebben nog geen tekening op hun lichaam.

Habitat
De waterjuffer leeft in de buurt van plassen, sloten, vijvertjes en bij langzaam stromend water. Ook bij stilstaande wateren komen ze voor. Snelstromende wateren en veenplassen vermijden ze. Ze overnachten hangend aan staande plantenstengels. De larven leven onderwater tussen de waterplanten en op zandvlakten. Rond de lente ontwikkelen ze zich boven water verder tot volwassen azuurwaterjuffer.

Verspreidingen
In Nederland en België is de azuurwaterjuffer een algemeen voorkomend soort. Verder komen ze ook in geheel Europa voor in allerlei wateren.

Opmerking
Voor het paren vullen de mannetjes een speciale holte aan de onderzijde van het tweede achterlijf segment met sperma. Hij buigt dan het uiteinde van zijn achterlijf naar het tweede achterlijf segment. Als hij dat gedaan heeft gaat hij pas op zoek naar een vrouwtje. Het vrouwtje buigt dan haar achterlijf naar voren en neemt dan de sperma van het mannetje over. Ook hier is een speciale holte voor. De houding van het paren wordt het paringsrad genoemd. Daarna zet het vrouwtje de eitjes af in bladstengels of bladeren van kleine waterplanten. Hierbij houd het mannetje zich vast achter de kop van het vrouwtje. Na 2 – 5 weken komen de eitjes uit. De larven overwinteren onder water en ontwikkelen zich na de winter bovenwater verder.

Gebied
  • Zoetwater (Nederland)

  • Fotograaf
    Duncan van Vliet

    Fotograaf
    Mat Vestjens

    Tekst schrijver
    Marissa Loeff