Duikschool van Duncan van Vliet. Webshop van Duncan van Vliet.
Amfibieën - Bruine kikker / Rana temporaria (Linnaeus, 1758)
 
Foto
Algemeen
De bruine kikker heeft een grote, stompe kop en een gladde huid. Aan beide zijkanten van de kop, achter het oog zitten donkere vlekken: de oogvlekken. Hierin bevindt zich ook het trommelvlies, waarmee de kikker goed kan horen. Deze zijn duidelijk zichtbaar. De achterpoten zijn erg lang en gespierd. Zo kan hij grote sprongen maken. Na een aantal sprongen is de energie van de kikker meestal op en gaat hij het water in. Het geluid dat de bruine kikker maakt is niet echt kwaken maar lijkt meer op knorren/brommen.

Afmetingen
De bruine kikker wordt ±9 cm lang. Een uitzondering wordt groter.

Kleur
Meestal heeft hij een beige/bruine kleur. Ook heeft hij donkerbruine vlekken en strepen op zijn lichaam. Aan de onderkant van de oogvlek, die ook donkerbruin is, zit een gele streep.

Habitat
Deze soort leeft op vele plaatsen zoals bossen, duinen, grasvelden, heidevelden en in zoetwaterplassen. De bruine kikker schuilt graag in de bovenste laag van de bodem die vermengt is met bladeren, naalden en zand. Deze laag noemt men de strooisellaag. Ook kan hij hier jagen op voedsel. De kikker moet af en toe het water in, maar buiten de voortplantingsperiode leeft hij voornamelijk op het land. Hij komt liever niet in hele droge gebieden en grote akkerlanden. Verder stelt hij weinig eisen aan zijn leefomgeving.

Verspreidingen
Hij komt vooral voor in vele delen van Europa. Hier is hij dan ook één van de veelvoorkomende soorten. In Italië komt hij voor in het Alpengebied en in de Apennijnen. Ook in de Balkan, Noord Azië, West Bulgarije, Centraal Roemenië en Oekraïne kan de bruine kikker aangetroffen worden. Gebieden/landen waar hij niet voorkomt zijn Portugal, grote delen van Spanje, eilanden in de Middellandse zee, grote delen van Italië en op de zuidelijke Balkan.

Opmerking
Het voedsel van de bruine kikker is met name wormen, slakken, vliegen, mieren en vlinders. De kikkers overwinteren niet alleen op het land, maar kunnen dit ook in het water. Rond februari/maart ontwaken ze uit hun winterslaap. Daarna gaan ze meestal naar hun voortplantingsgebied. Vaak zijn dat ondiepe wateren van ongeveer 5 á 30 cm diep. Bij het paren omklemt het mannetje het vrouwtje bij de oksels en zet het vrouwtje één, heel soms twee, eiklompen af. Zodra de eiklompen in het water komen, worden ze bevrucht door het mannetje. Na plus minus 3 weken komen de eieren uit, daarna doen ze er nog eens 3 maanden over om een volwaardige kikker te worden.

Gebied
  • Zoetwater

  • Fotograaf
    Duncan van Vliet

    Tekst schrijver
    Marissa Loeff